Vrijplaats voor het denken

De stormachtige ontwikkeling van de moderne techniek en het proces van globalisering brengen ons tal van nieuwe mogelijkheden. Daarvan plukken vele mensen de vruchten; niet alleen in de westerse wereld, maar ook daarbuiten. Armoede en honger zijn mondiaal afgenomen en de welvaart is op veel plaatsen substantieel toegenomen. Mede dankzij intensieve internationale samenwerking zijn we beter in staat om allerlei grote vraagstukken gemeenschappelijk aan te pakken. Technologische en economische veranderingen brengen ons bovendien veel op persoonlijk vlak: nieuwe producten, nieuwe ervaringen en nieuwe mogelijkheden van sociale interactie.

Tegelijkertijd is er sprake van allerlei problemen en dilemma’s die mede teweeg worden gebracht door diezelfde ’vooruitgang’ die we zo prijzen. Idealen van voorheen blijken ook hun schaduwzijden te kennen. Daarbij is het vaak moeilijk om de verschijnselen waarmee we geconfronteerd worden in vertrouwde morele of politiek-ideologische schema’s te duiden. En met een beroep op mensenrechten alleen lossen we de wereldproblemen niet op. Een fundamentele bezinning is nodig.

De euforische periode aan het eind van de twintigste eeuw – waarin ‘het einde van de geschiedenis’ werd verkondigd en het proces van globalisering louter in termen van vooruitgang werd begrepen – ligt ver achter ons. Het huidige systeem staat op verschillende manieren onder druk: de spanning in internationale verhoudingen loopt geregeld op, de Europese Unie kraakt in haar voegen, de toestroom van vluchtelingen én de groeiende invloed van de (orthodoxe) Islam in het Westen lijken een kritische grens te hebben bereikt. De voortrazende ontwikkeling van ICT en de implementatie daarvan op allerlei levensgebieden ontwrichten bestaande maatschappelijke verhoudingen: in menselijke relaties, op de arbeidsmarkt, binnen instituties enz. Fundamentele waarden zijn in het geding. Daarnaast beginnen de eerste serieuze gevolgen van de klimaatverandering zich aan ons op te dringen; met alle mondiale dynamiek van dien.

Bij een groot deel van het publiek groeit het verlangen naar een meer duurzame vormgeving van onze economie en van de samenleving als geheel. Tegelijkertijd lijken maar weinig mensen echt bereid om hun daarvoor grote offers te brengen en wil vrijwel niemand afstand doen van zijn vrijheid. Er is onder burgers sowieso sprake van een groeiende onvrede over de wereld om hen heen, waarbij ook veel instituties het moeten ontgelden. Men heeft kritiek op ‘de bestuurlijke elite’, op banken en financiële instellingen, op de traditionele politieke partijen, op de Europese Unie en allerlei andere instituties. Terwijl veel hedendaagse vraagstukken grensoverschrijdend van aard zijn, staan juist internationale instituties in toenemende mate onder druk.

Daar komt bij dat oude en nieuwe media traditionele menselijke verhoudingen en instituties veranderen en nu ook mede de economische, sociale én politieke dynamiek van onze samenleving bepalen. Schandalen worden dagelijks breed uitgemeten door de media en de geloofwaardigheid van de gevestigde orde is op veel plaatsen aan sterke erosie onderhevig. Zelfs presidenten van grootmachten twitteren en zetten onverhuld volkse sentimenten in als onderdeel van hun politieke strategie. De media zijn meer dan ooit een realiteit geworden waar bestuurders en beleidsmakers serieus rekening mee dienen te houden. Het maatschappelijk onbehagen vertaalt zich ook politiek. Wat aan het begin van het nieuwe millennium nog als ‘populisme’ kon worden afgedaan, werd de afgelopen jaren tot een politieke realiteit, in binnen- én buitenland. Op veel plaatsen klinkt de roep om sterk leiderschap. Mondiaal worden we opnieuw geconfronteerd met autocratische regeervormen en hun uitwassen, maar ook met het verzet daartegen.

De Brexit en de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten lijken het begin in te luiden van een nieuw tijdperk. Het globaliseringsproces dat in de jaren negentig een reusachtige versnelling doormaakte, roept steeds meer weerstand op en vormt ook in de Westerse wereld de inzet van een heftige politieke strijd. De kritiek op de accumulatie van kapitaal in de handen van weinigen wordt door velen gedeeld; in linkse en rechtse kringen. Ook het ecologisch bewustzijn groeit. Identiteitspolitiek en vormen van regionalisme en nationalisme zijn aan de orde van de dag; niet alleen in ons eigen land, maar ook daarbuiten. De Catalaanse kwestie geeft aan hoezeer gangbare instituties daardoor onder druk kunnen komen te staan, met alle gevolgen van dien. Daarover klagen heeft echter geen zin en het ontkennen ervan is bijzonder onverstandig. Hoe dan ook dringt zich de noodzaak aan ons op van een nieuwe balans tussen het globale, nationale en lokale, maar het is nog onduidelijk welke vorm die zal aannemen.

Ook de financiële wereld staat nog steeds voor grote uitdagingen. De opkomst van cryptocurrencies, blockchaintechnologie en nieuwe vormen van betalingsverkeer brengt nieuwe spelers op de financiële markt, met alle disruptieve gevolgen van dien. En terwijl banken aan strengere kapitaaleisen moeten voldoen en de rente extreem laag is, groeit de mondiale schuldenberg nog steeds door. Een nieuwe kredietcrisis en mondiale schuldherstructurering in de nabije toekomst vormen dan ook een reëel gevaar. Daarmee is ook het Nederlands pensioenstelsel in het geding.

De hierboven geschetste mondiale en maatschappelijke ontwikkelingen dwingen ons tot een fundamentele bezinning. In hoeverre zijn de idealen, categorieën en denkschema’s uit het verleden nog adequaat om de dynamiek van de huidige tijd te begrijpen? Hoe laat zich de onderlinge samenhang tussen verschillende verschijnselen duiden en hoe kunnen we het best inspelen op wat er gaande is? Welke waarden zijn daarbij in het geding? In welke wereld willen we leven? Dat zijn precies de vragen die van oudsher in de filosofie gesteld worden…

Thematiek van de leergang Wijsheid in tijden van transitie
Vanuit een brede wijsgerige oriëntatie op het proces van modernisering en globalisering worden binnen de leergang Wijsheid in tijden van transitie de prangende vragen van nu aan de orde gesteld. Dat gebeurt in de vorm van colleges door filosofen en specialisten van naam, die met hun inzichtrijke en prikkelende presentaties ook de onderlinge gedachtewisseling binnen de groep op gang brengen. Daarbij komen in ieder geval de volgende vragen aan de orde:

1) Wat zijn de veelal impliciete vooronderstellingen van ons eigen wereldbeeld en op wat voor manier kunnen die een juist begrip van onze eigen tijd en van andere culturen in de weg staan?

2) Hoe kunnen we beleidsoverwegingen het best aan anderen duidelijk maken? Wat is de rol van taal en retorica in ons spreken? Welke invloed hebben nieuwe media op de retorische conditie van ons (bestuurlijk) handelen?

3) Op wat voor manier transformeert technologie ons leven en wat betekent dat voor de organisatie van onze samenleving en de inrichting van onze economie? Welke rol dient de overheid daarbij te spelen?

4) Wat is de dynamiek van globalisering? Wat is haar verleden en toekomst? Hoe ziet het regionale, nationale en mondiale speelveld van de komende decennia eruit? Welke verhouding tussen samenleving, bedrijfsleven, internationale instituties en nationale staat is daarbij wenselijk?

5) Welke strijd is gaande in het proces van digitalisering en virtualisering van de werkelijkheid? Welke waarden zijn in het geding? Op wat voor manier vraagt dit om een hernieuwde positiebepaling van de bestaande instituties en nieuwe vormen van samenwerking?

6) Hoe laat zich de Nederlandse identiteit begrijpen in relatie tot Europa, de Verenigde Staten en de rest van de wereld? Welke uitdagingen en mogelijkheden gaan daarin schuil? In welke wereld willen we leven?

7) Welke rol speelt normativiteit bij het functioneren of juist disfunctioneren van bepaalde instituties, de overheid in het bijzonder? In hoeverre kunnen bepaalde sturingsmodellen juist leiden tot normatieve erosie?